Reeksen
Düsseldorf 2011, Eurovisiesongfestival, Finland, Ijsland, Noorwegen, Op zijn Dimi's| Op z’n Dimi’s: Voorrondecircus Scandinavië van start | Delen |
![]() | 16/01/2011 - 2011 is ondertussen twee weken oud, wat betekent dat de herinnering aan 2010 langzaam vervaagt en plaats ruimt voor nieuwe memorabele momenten. Met andere woorden: de tijd van de voorrondes is weer aangebroken, en wie anders dan de Scandinavische landen om het hele circus in gang te trappen? Akkoord, de Zwitsers, Albanezen en Roemenen gingen hen voor maar laten we een kat een kat noemen: vanaf dit weekend is het spreekwoordelijke hek van de dam. |
|
De Scandinavische landen maken er dan ook een punt van het proces lekker te rekken. In IJsland krijgen we bijvoorbeeld slechts 5 kandidaten per voorronde waarvan er telkens 2 doorstoten naar de finale. Finland doet nog beter door 3 van de 5 kandidaten door te sluizen. Noorwegen houdt het bij 2 op 7, maar voegt er nog het Zweedse concept van herkansingen aan toe waar nog eens 2 kandidaten de hoop alsnog levend kunnen houden. Het volk houdt van entertainment, maar op den duur vraagt een mens zich af waarom er überhaupt nog voorrondes worden georganiseerd als virtueel iedereen zeg maar 75% kans heeft de finale te halen. Alsof dat cijfer realistisch is op het Songfestival zelf. Maar ter zake. De hamvraag is ieder jaar weer voor welke richting de desbetreffende omroep kiest, en het antwoord luidt steevast: diversiteit. De invulling daarvan varieert van land tot land, maar globaal genomen zien de zenders zich genoodzaakt om het stemmende publiek een ruim buffet voor te schotelen alvorens het effectieve hoofdgerecht wordt bepaald. Wat we daarom te zien krijgen is niet minder dan een appel-peren situatie waarbij de meest onmogelijke genres tegen elkaar in de arena worden gezet. Zo ook dit weekend in de 3 landen die al van start gingen met hun selectieprocedure. Een schets. Finland De Finnen zijn een apart volk dat, kort door de bocht, nogal houdt van folk, tango en rock/metal. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat 4 van de 5 liedjes vrijdag in 1 van die 3 vakjes gestopt kon worden. De overgroeide tieners van Automatic Eye gooiden het over een rockboeg die niet overtuigde, vooral dankzij onrijp Engels en een gebrek aan zanglessen. Ze waren geen tegenstand voor de beren van Cardiant die een brug poogden te slaan tussen metal en pop. Muzikaal lukte dat wonderwel, vocaal ging het in de tweede helft de mist in. De schattige Johanna Iivanainen met haar jurkje dat een gordijnkostuum uit The Sound Of Music had kunnen zijn hield het meer bescheiden met een winters kleinkunstnummer dat bedrieglijk schattig leek maar verduiveld goed in elkaar stak. Simpel en effectief dus. Dat leek ook het devies van Marko Maunuksela die met een moderne tango op de proppen kwam en die voor zich liet spreken zonder enige visuele poespas maar mét een knoert van een backing ter ondersteuning. Teveel poespas dan weer bij Jonna, een doorslagje van Lady Gaga en vermoedelijk niet de enige die we in de voorrondereis door Europa zullen tegenkomen. Dit doorslagje was een mix van een paar ideetjes die niet samenvloeiden in een glad poporgasme dan wel in een richtingloze chaos. De 3 finalisten, Cardiant, Johanna & Marko, waren in deze selectie terecht, maar of we één van hen daadwerkelijk aan het werk zullen zien in Düsseldorf is hoogst onwaarschijnlijk. IJsland Op het failliete eiland in het Hoge Noorden ging het er, net als vorig jaar, erg bescheiden aan toe. De kleine opzet van onze eigen Eurosong was niets vergeleken met de show vanuit het tuinhuisje van de RUV waar het publieke bijna mee op het podium stond en de vier muren haast constant samen in beeld kwamen. De show werd geleid door twee presentatoren die qua artificiële dialoog en bekken trekken niet moesten onderdoen voor de mensen van de Dagshow op VTM. Onderhoudend. IJsland durft qua selectie al eens in uitersten vervallen, waarbij ultracommercieel en dwars alternatief elkaar vaak in de rede vallen. Zo ook op zaterdag bij de 5 kandidaten die vochten voor 2 finaleplaatsen. Bödda og JJ Soul Band mocht de aftrap geven met zowaar reggae, wat in het combinatie met het ondoordringbare IJslands een opmerkelijk effect gaf. Laten we het vergelijken met Prozac, ook al gaven de vocalisten alles. Haraldur Reynisson deed al niet veel beter met zijn flauw afkooksel van de Olson Brothers dat zo voortkabbelde dat het publiek niet eens in de gaten had wanneer het nummer eindigde en het applaus met een kleine NMBS vertraging arriveerde. Hönnu Guðnýjar Hitchon, weer erg catchy, daarentegen had alles in huis om de finale in te walsen, maar haar uitstraling van een doordeweekse, overstylde huisvrouw en bijhorende toonvastheid deden haar de das om. Laat haar nummer door een Jill Johnson zingen en de finale wordt op kousenvoetjes bereikt. Die eer was echter weggelegd voor een soort oudgediende in Songfestivalland. Erna Hrannar Ólafsdóttur bracht een vrij commerciële maar goed doordachte ballade in de stijl van Yohanna (IJsland 2009) maar met minder star quality en minder overtuiging. Wegens haar carrière als achtergrondzangeres behoeft haar zangprestatie geen kritiek, maar om Europa te overtuigen zal er een tandje of 5 moeten bij gestoken Niet meteen de beste voorronde die we ooit al mochten aanschouwen. Noorwegen In Noorwegen verliep de show heel wat vlotter. De Noren hebben al jaren ongeveer hetzelfde formaat en alles dendert dan ook lekker door. Of ze echt zin hebben om hun ervaring om het Songfestival te organiseren op korte termijn willen herhalen is wat onduidelijk, te beoordelen aan hun selectie. De NRK ging resoluut voor relatief onbekend talent, eerder dan te vissen in de vijver van bekende (pop)sterren en oudgedienden van vorige selecties. Dat was er helaas soms ook aan te merken. Bij Carina Dahl bijvoorbeeld, de jongedame die de spits mocht afbijten. Met haar leuk electropop liedje had ze het ver kunnen brengen, maar erg toonvast was het niet gezongen en de op, daar is ze weer, Lady Gaga geïnspireerde podiumact kwam onnozel over wegens amateuristisch en ondoordacht. De jongens van Use Me daarentegen gaven een degelijke indruk: de zanger stond vocaal stevig in de schoenen ondanks de jeugdige leeftijd en in bepaalde overgangsstukken hoorden we duidelijke Coldplay invloeden. Er zijn slechtere referenties. Terecht naar de herkansing. Meteen naar de finale mocht dan weer Helene Bøksle die met haar mix van The Voice & Alvedansen het publiek in vervoering bracht en een mythische sfeer wist op te wekken die we nog maar zelden mocht zien. Misschien niet het meest catchy nummer ooit ten berde gebracht, maar wel eentje om in de gaten te houden. Dat geldt niet voor de jongens van Sie Gubba, die zich met hun schlagerinterpretatie van Mumford & Sons naar de herkansing wisten te zingen wat wij eerder toeschrijven aan gebrek aan stevige concurrentie dan aan geweldige zang, een tof liedje of een overtuigende prestatie. Dat gebrek aan stevige concurrentie kwam onder meer van Gatas Parlament, een troepje mannen die blijven steken zijn in hun puberteit en een studentikoos protestlied in een hip-hop jasje hadden gestoken. Hip? Met die passende outfits leken ze eerder een slechte pastiche op een boysband. En ook de brave Sichelle zorgde niet voor opwindende televisie. Met haar popnummertje had ze wel degelijk iets in handen dat potentieel had, maar de zenuwen leken de overhand te halen en wat een fantastisch optreden had kunnen worden eindigde als een platte vijg. De weg naar de finale lag dus open voor het verrassende duo Åste & Rikke, twee uit de kluiten gewassen dames – zowel vocaal als qua karakter. Hun nummer heet Not That Easy en heeft zijn naam niet gestolen want de structuur zit niet alledaags in elkaar, zeker niet voor een R&B nummer. De styling en presentatie van de dames stond wat haaks op het gevoel van het nummer, maar geen hond die daarop lette dankzij de ongelofelijke interpretatie van het duo. Geen overweldigende start voor MGP dus, maar wel met twee finalisten die het elkaar en de rest op 12 februari bijzonder moeilijk zullen maken. Al bij al geen bijzonder openingsweekend van het voorrondeseizoen, maar zoals bij alles geldt ook hier het motto: the only way is up! Op met volle moed naar de tweede week!
|
|
|
|
Over deze reeks...
Onze Scandinavië-specialist Dimitri Vleminckx legt zijn kritische oor te luisteren en scherpt zijn pen aan om zijn bevindingen over de bijdragen van de voorronden in Denemarken, Finland, Ijsland, Noorwegen en Zweden van pittige commentaren te voorzien.




