Kevins Kritische Kijk: De traditionele Oost-Westkramp Delen
logo20114
16/05/2011 - Het Songfestival ligt achter ons. Achterwaarts, dat is ook de richting waarin Kevin De Vos kritisch kijkt voor een slotanalyse waarin de striemende uithalen niet ontbreken, maar die getuigt van een nuchtere kijk op de zaak. Een eigentijdse winnaar, een mooie show, een gemotiveerde organisator en muzikale variatie. Deutschland ist ganz toll, aber der Grand Prix noch viel mehr!
Knallend vuurwerk dat fragiele zielen een hartspierscheur bezorgt, bloedhete vlammen die je wenkbrauwen verschroeien, rondtollende dansers wiens ledematen in het décor dreigen te belanden, vervaarlijke toonladders waar meermaals wordt afgegleden…, het 56ste Eurovisiesongfestival bevatte het weer allemaal. Likkebaardend zaten we weer uren te staren naar dit intrigerende spektakel, een heerlijke mix van glamoureuze eurokitsch, oudbelegen recepten en sprankels van authenticiteit. Maar wat leert ons deze jongste jaargang? Een poging tot analyse.

1. Deutschland ist ganz toll
Laten we beginnen met het goede nieuws: de Duitsers hebben werkelijk alles uit de kast gehaald om er een onvergetelijk festival van te maken. Na de eerder (naar Songfestivalnormen) Spartaanse editie van vorig jaar, besloten onze Oosterburen aan de wereld te tonen dat ze er zin in hadden. Die houding resulteerde in drie fantastische shows: perfect geproducet met een vinnig ritme en efficiënte presentatie. Zelfs Stefan Raab was bij tijd en wijle… nou ja…grappig. Das war ganz eine Überraschung! Om maar te zeggen: de Azerbeidzjaanse tv zal de teentjes flink moeten uitkuisen om dat niveau te bereiken.

2. West-Oostkloof verkleint
Goed, een onbekend land ver over de regenboog, waar het Songfestival om middernacht begint (!), heeft het liedjesfestijn gewonnen. Dat zorgt bij zielen van slechte wil voor de traditionele oost-westkramp: ‘het Songfestival zit weer daar’, en dan wordt er met citroenzurig gezicht en bevende vinger (als het al met geen wapperend handje is) op een imaginaire kaart ergens naar rechts verwezen, het gedoemde oosten. Dat oost-westgezwets mag nochtans echt wel beginnen ophouden. Om te beginnen is er niets ‘oosters’ aan de overwinning van Azerbeidzjan: het lied komt uit een Zweedse koker en de vrouwelijke helft van het duo (die voor de herneming van het lied tijdens het festival van volgend jaar misschien eerst haar zangleraar moet aanspreken) woont al jaren in Londen.

Voorts klinkt ‘Running Scared’ als een modale ‘Westerse’ radiosong; muzikaal bezit het echt geen letter, toonaard, kruimel Azerbeidzjaanse invloed. Dus als we dan toch in die beklemmende wij versus zij-gedachten willen blijven: het goud voor Azerbeidzjan is grotendeels een Westerse triomf! Halleluja! En o ja, Italië en Zweden staan respectievelijk toch mooi op twee en drie, niet? Voorts moeten er we met zijn allen eens de puntentabel bijnemen. Een blik daarop leert dat er anno 2011 ook heel wat punten van oost naar west worden vervoerd.

Het arme België dat met het zielige Witloof Bay (dat krakkemikkige lied, die verlepte présence, die hemeltergende styling, die irriterende zang) geheel overschat elfde werd in de tweede halve finale, kreeg bijvoorbeeld acht punten van Bosnië & Herzegovina en Roemenië! Bulgarije en Moldavië doneerden dan weer zes punten. Allicht kreeg een deel van de lokale stemmers en vakjuryleden een acute aanval van wild om zich heen slaande doof- en blindheid, maar goed, de vaststelling blijft: achter het gesloopte IJzeren Gordijn voelen ze zich echt niet te beroerd om soms ook de hogere punten westwaarts te sturen.

3. Buren en blokken blijven overeind
Leven we dan in de beste der Songfestivalwerelden? Natuurlijk niet. Tijdens de puntentelling werd al snel duidelijk dat vele buren of bevriende naties zich weer erg lief voor elkaar gedroegen. Dat resulteerde in even traditionele als stilaan ridicule één-tweetjes: de twaalf van Cyprus voor Griekenland mag stilaan worden bijgezet in het pantheon der bespottelijke tv-monumenten. Ook de Balkanlanden blijven gul topscores aan elkaar geven, al ware het een bende idioten die als kiekens zonder kop allemaal dezelfde richting uitlopen. Even goed zagen we hoe San Marino z’n hoogste score voor Italië reserveerde en hoe Frankrijk domweg twaalf punten veil had voor het onnozele Spaanse gedans en gesjans. En o ja, België leverde z’n twaalf toch wel niet in Parijs af, zeker! Aandoenlijk, die burenliefde.

Gelukkig ontwaarden positivo’s ook enkele tegenvoorbeelden: Bulgarije transfereerde twaalf punten aan de overjarige boysband Blue, Hongarije gaf evenveel aan IJsland, het vermaledijde Wit-Rusland verblijdde Duitsland met acht punten en Finland toonde z’n slechte smaak door twaalf punten aan de verwelkte Hongaarse disco te geven. Toch blijft de vaststelling: ondanks de vakjury’s blijft het buren-en blokkenstemmen stevig overeind. Echte fans lezen het vast niet graag, maar dit fenomeen ontneemt het hele Songfestival de geloofwaardigheid waar sommigen onder hen zo naar snakken. Hoe kan je nu een muziekwedstrijd voor de volle honderd procent au sérieux nemen als allerlei geopolitieke belangen of oudbakken culturele banden overwegen? Tot zolang dit niet de wereld uit is, zal een deel van de Europeanen het Songfestival blijven beschouwen als een dure freakshow zonder enige relevantie. Deels onterecht, maar het zeurende geweeklaag van een stelletje fans-met-aanleg-voor-aanzwellende-dramatiek zal daar echt niets aan veranderen.

4. Leve de muzikale clash
Laten we er nog een positief element tegenaan gooien: meer dan ooit vormt het Songfestival een muzikale strijd die op het scherp van de snee wordt bevochten. Je zult maar een lied zijn dat het in een rotvaart moet opnemen tegen 24 collega’s met elk hun eigen kenmerken. Allicht vandaar dat zowel in 2011 als in 2010 vrij makkelijke, maar wel goed gemaakte mainstream popdeuntjes op het hoogste schavotje zijn beland.

‘Running Scared’ is immers net als ‘Sattelite’ een nummer dat meteen de radio op kan, zacht in het gehoor ligt, niemand stoort en van de Noordzee tot de Kaspische Zee kan geapprecieerd worden. Meer dan ooit behoren liedjes die de muzikale tijdsgeest weergeven tot de grote kanshebbers. Natuurlijk is het altijd een beetje opletten met trends op het Songfestival: vorig jaar werd Tom Dice zesde, maar dit jaar eindigden de minimalistische luisterliedjes (Finland, IJsland, Zwitserland) zowat allemaal in de rechter tabel. Misschien werden ze door de kijkers en de jury’s beschouwd als Dice-klonen en onder het motto’ het origineel is beter’ wat afgestraft. Terecht, denk je dan, maar helemaal zeker weet je dat nooit.

De verrassende afgang van Frankrijk had vooral te maken met de povere podiumbezetting en de onzekere zang van die arme Amaury die bezweken is onder de immense druk die de chauvinistische Fransen op zijn tere schouders hadden gelegd. France 3 deed de hele tijd alsof de overwinning in kannen en kruiken was; die houding heeft zich duidelijk gewroken op het podium… Gelukkig leverde de muzikale strijd ook echte pareltjes op zoals de Italiaanse en de Duitse inzendingen. Wat een klasse! Wat een muzikale integriteit! En met een respectievelijk tweede en tiende plaats werden ze daar dan nog voor beloond ook. Daardoor dringt de vaststelling zich op dat het muzikaal wel snor zat met de editie 2011. Natuurlijk zal het Songfestival wel nooit een poel van wild om zich heen slaande muzikale avantgarde en vernieuwing zijn, maar dat zit gewoon niet in het DNA van de formule. Maar de Vlaamse krantencommentatoren die op potsierlijke wijze blijven jeremieren over het ‘belabberde’ niveau van de wedstrijd zijn gewoon van slechte wil en hangen allicht vast in hun zelf aangeblazen bubbel van cynisme en eigenwaan.

Epiloog: Leve Azerbeidzjan?
Het heerlijke aan het Songfestival is natuurlijk dat er volgend jaar alweer een nieuwe editie op de wereld wordt losgelaten. Dan kan het plaatje er opnieuw helemaal anders uitzien. Heerlijk toch? Eén ding staat nu al vast: net als Moskou en Belgrado krijgt Bakoe tienduizenden Songfestivalfans over zich heen die in de meeste gevallen… nou ja… geaardheidgewijs niet meteen aan de regels van het land beantwoorden. Gaan ze opnieuw braaf hun mond houden? Zal de EBU opnieuw de kop in het zand steken? En bovenal: zullen we daar dan met z’n allen twee weken lang een stuitend corrupt regime legitimeren?


Share
Raf Van Bedts

Over deze reeks...

Kevin De Vos is zijn kritische zelve in deze rubriek waarin hij zijn licht laat schijnen op belangrijke evenementen en tv-programma’s. Kevins Kritische Kijk is een opinierubriek. De auteur schrijft in persoonlijke naam.

Berichtcategorieën


Nieuwscategorieën

Nieuwsarchief