Superlatieven zuinig leren gebruiken Alsof SVT daarmee het signaal wilde zenden dat de andere landen maar een voorproefje waren voor wat de Zweden dit jaar te bieden hebben. De hamvraag was dus of de hoge verwachtingen ingelost zouden worden.
De afgelopen weken hebben we al eens steen en been durven klagen dat het niveau van de selecties dit jaar eerder aan de bedroevende kant is. De occasionele uitzondering niet te na gesproken zijn we tot hier toe zelden onder de indruk geweest, en onder het trompetgeschal dat klonk als “het beste startveld ooit” beloofde SVT ons beterschap. Na afloop van de eerste voorronde gisteren blijkt eens te meer dat de communicatieafdelingen van televisiezenders moeten leren hun superlatieven zuinig te gebruiken willen ze niet aan geloofwaardigheid inboeten.
Want het was zwak. Net als de Finse, Noorse en IJslandse collegae lijken de Zweden te lijden aan bloedarmoede want er zat amper iets tussen dat het bloed sneller deed stromen. Al zullen de Zweedse tienermeisjes die Ola naar de finale stemden het daar niet mee eens zijn. Zijne Blondheid geniet best wat populariteit daar in het Noorden en kon rekenen op een flinke achterban. Dat hij zijn ‘Unstoppable’ bij momenten eerder schreeuwde dan zong deed er dan ook niet toe, en dat zijn middelmatige song profiteerde van weinig indrukwekkende concurrentie bleek een onverhoopte meevaller. Of dit in de finale echter potten zal breken? De vraag beantwoordt zichzelf haast.
Een laatste plaats, meer zat er niet in voor Jenny Silver met het uiterst minimalistische ‘A place to stay’. Silver zette haar naam kracht bij door middel van een soort zilveren prothese, maar van veel kracht was er voor de rest geen sprake. Een fijne popsong, dat wel, maar erg indrukwekkend was het allemaal niet en na de laatste noot duurde het even voor het publiek weer wakker schoot om haar van een onderkoeld applausje te voorzien. Misschien moet Silver even in de leer bij Goldfrapp om een echte retro-discoqueen te worden.
Linda Pritchard daarentegen ging er met veel vuur tegenaan, maar leek met haar ‘You’re makeing me hot hot hot’ het publiek toch niet warm te krijgen. Ondanks verwoede pogingen en, we moeten het eerlijkheidshalve vermelden, zeer capabele zang bleef het haast angstwekkend stil in Övik. Misschien was het de mix van Helena Paparizou en Hadise die Pritchard de das omdeed? Het feit dat we met dit soort nummer al zo vaak rond de oren geslagen zijn dat we er zo moe van worden en woorden soms falen? Al komt ‘generisch’ wel erg dicht in de buurt. Haar uitschakeling kwam kortom niet als een verrassing.
Drie nummers ver en wij zagen de bui al hangen. Gelukkig waren daar de stoere mannen van Pain Of Salvation, die ondanks hun veelbelovende naam een uiterst fragiel nummer ten berde brachten. ‘Road salt’ bleek van het niveau van een ‘Empty Room’ of ‘Snälla snälla’, de twee meest recente zilveren plaatsen op MF. Uiteraard haalde dit de finale dus niet, maar wij twijfelen er niet aan dat dit de typische stiekeme outsider is die via de herkansingen toch nog een favoriet voor de eindzege zal blijken. Maar winnen zal het niet. Al waren wij meteen gecharmeerd door de eenvoud van het geheel.
Aan eenvoud ontbrak het bij Anders Ekborg dan weer volledig. Volledig geïnspireerd door Malena Ernman gooide hij zich op light opera, met bijhorend drama in de vorm van een trappenconstructie een zes figurerende en in theaterkostuums gestoken zangeressen. Ekborg doopte zichzelf ‘The Saviour’ en leek zelf ook te geloven dat hij de reddende engel van MF was, met een zweem van zelfvertrouwen en eigenliefde die ook Gianni Drapage uit De Designers niet vreemd is. Walgelijk.
Als we uit de geschiedenis van het Songfestival al één ding geleerd hebben, dan is het wel dat de winnaar van het vorige jaar niet gekopieerd dient te worden indien je succes wil hebben. Ekborg heeft dat gisteren dan ook, verdiend, aan den lijve mogen ondervinden.
Jessica Andersson, de Blonde Benen die in 2003 deel uitmaakten van Fame en al regelmatig op het MF-podium stonden, heeft vorig jaar duidelijk ook naar het Songfestival gekeken en de terugkeer van de ballade was haar niet ontgaan. Na haar bijna talloze uptempo bijdragen kwam ze nu dus aanzetten met het trage ‘I did it for love’, dat weggeplukt leek van de soundtrack van een melig melodrama en lijkt te solliciteren naar een onverdiende Oscar voor Beste Nummer. Denkt u ook aan Titanic? Wat een toeval. Andersson leek de zenuwen onder controle te hebben, maar naarmate de cruciale hoge noten dichterbij kwamen begon het blijkbaar toch te kriebelen en loepzuiver klonk het naar het einde toe toch niet helemaal. Dat de pijnlijkste noot steeds weerkeerde in het overzicht dat mensen moest aanzetten om te stemmen zal haar ongetwijfeld ontstemd hebben. De herkansingsronde wordt een moeilijke horde.
Wie regelmatig deze rubriek leest zal ondertussen wel weten dat bijdragen die gezongen worden in de moedertaal al eens streepje voor durven hebben, maar laat dat voor één keer niet geval zijn met ‘Singel’. Het enige Zweeds gezongen nummer van gisterenavond bleek niet echt gezongen dan wel gerapt, en die niet meteen voor de hand liggende combinatie werd bovendien schabouwelijk gebracht. Frispråkern, vrij vertaald Vrijdichter, deed zijn best en leek ook écht niet beter te kunnen, maar laat dit een les voor hem zijn om als schoenmaker bij zijn leest te blijven. Wat die ook moge zijn, het is ver van SVT en omstreken.
Winnaar van de avond bleek wildcard Salem Al Fakir. Met zijn melodisch ‘Keep on walking’, dat solliciteert naar een erg voor de hand liggende vergelijking met Mika, stak hij moeiteloos met kop en schouders boven de rest van het startveld uit. Al mag de jongen best iets doen aan de presentatie van zijn nummer, want in zijn te groot kostuum en eenzaam aan zijn piano haalde hij er geenszins het potentieel uit dat er zeker in zat. Eentje om in het oog te houden in Globen.
Staaltje van slechte PR De wortel die SVT ons voor hield met het beste startveld aller tijden bleek dus vooral een staaltje van slechte PR. Met een slechte eerste voorronde maakt de Zweedse zender geen goede beurt en lijken ze in hetzelfde bedje ziek als de rest van het Noorden. Het voordeel van als laatste te kiezen is dat je de concurrentie al goed kan inschatten. Wat ze al niet hoeven te kiezen: een steriele en generische discostamper (IJsland), een luchtig en radiovriendelijk duet (Denemarken) of een (bijna te) herkenbare en bombastische ballade (Noorwegen).
Een top 10 voor Noorwegen De finale in Noorwegen kende trouwens een voorspelbare afloop. De huidige nummer één in de charts, Yes Man, bleek live toch te zwak om een vuist te kunnen maken in de superfinale tegen de rockers van Keep Of Kalessin, A1 en Didrik Solli-Tangen. Dat de rockers strandden op brons was een onfortuinlijke tegenvaller, maar ideale schoonzoon Didrik beschikte uiteindelijk over het winnende recept: een (soms wel erg herkenbare en richting plagiaat neigende) meeslepende melodie en een groot ideale schoonzoon gehalte. De connotatie met ‘My Time’ van Jade is (helaas) nooit ver weg. Winnen zullen de Noren niet, maar het is middelmatig genoeg om de top tien te halen.
Benieuwd dus wat Zweden volgende week uit de kast haalt. Het mag gerust indrukwekkend zijn.
|